Gentse spijbelproblematiek

28 september 2015

Tijdens de gemeenteraad van april eerder dit jaar werd uitvoerig gedebatteerd over de Gentse spijbelcijfers in het onderwijs. Dit naar aanleiding van het verschijnen van de Stadmonitor 2014. De algemene trend is dat de spijbelcijfers in Gent niet positief evolueren. De schepen beaamde daarom ook dat dit signaal heel serieus te nemen is en dat hiermee aan de slag moet worden gegaan. In het lager onderwijs situeren de problematische afwezigheden zich vooral in het eerste leerjaar. In het secundair onderwijs neemt het spijbelgedrag toe naarmate de leeftijd.

U gaf ook aan dat de evaluatie van het Spijbelactieplan – een plan opgesteld door de CLB’s – positief was. Dit plan zorgt ervoor dat er meer dossiers in een eerdere fase aangepakt worden, waardoor er minder dossiers moeten worden doorgespeeld naar de politie. Hierdoor krijgt de politie meer slagkracht om de dossiers die zij wel doorkrijgen aan te pakken.

De Vlaamse minister van Onderwijs kondigde net voor de zomer ook aan het spijbelen strenger aan te pakken aan de hand van een actieplan met vijftig actiepunten.

  • Welke zijn de volgende stappen die in Gent zullen genomen om het spijbelen in het basisonderwijs aan te pakken?
  • Zijn er bijv. specifieke maatregelen voor het spijbelgedrag in het eerste leerjaar (woensdagvoormiddagen, luxeverzuim…)?
  • Wanneer zal het actieplan ‘ongekwalificeerde uitstroom’, waar ongetwijfeld ook de spijbelproblematiek in het secundair onderwijs aan bod zal komen, aan de gemeenteraad voorgelegd worden?

Mehmet Sadik Karanfil
Gemeenteraadslid


Antwoord:

Zowel de focus op het basisonderwijs als het secundair onderwijs zijn belangrijk om de spijbelproblematiek aan te pakken.

Ik start met het basisonderwijs. Hier moeten we vroeg ingrijpen. Aanwezigheid start met een inschrijving. We zijn vorig jaar gestart met specifiek op zoek gaan naar die kinderen die nog niet ingeschreven zijn. Dat is de eerste keer dat we dit gedaan hebben in Gent. We hebben de geboortecijfers naast die van de inschrijvingen gelegd en aan de hand daarvan gekeken wie die kinderen zijn die niet ingeschreven zijn en welke acties nog extra kunnen ondernomen worden. We gaan dat dit jaar opnieuw doen. Een tweede jaar gaat ook mogelijk maken dat we kunnen gaan vergelijken.

Twee, ervoor zorgen dat elk kind een plaats op school heeft. Daarmee begint het natuurlijk. En gelukkig is het ook al vandaag de dag in Gent zo. Alleen zie je dat het precies die kleuters zijn die op een grote afstand van de school wonen, dat die al wat vaker thuisblijven. Zeker als het gaat over mensen die wat minder mobiel zijn, dan blijkt dat wel een factor om bijvoorbeeld op woensdag de halve dag dan niet naar school te komen, wat een slechte zaak is.

Wat we ook doen is kennismakingsrondes organiseren, zodat ouders heel bewust kunnen kiezen en dat ze ook echt alle scholen in hun buurt leren kennen. Want vaak is het een kwestie van onbekend is onbemind. We breiden dit jaar het aantal kennismakingsrondes van 4 naar 9 uit.

Wat we wel merken is dat de mentaliteit soms ook wel een beetje een probleem is. En dat er een groot verschil is tussen het kleuter- en het lager onderwijs. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat het pas vanaf 6 jaar echt verplicht is. Scholen en experts zeggen dat het belangrijk is, ook voor de kleuters, om naar school te gaan. Eigenlijk zou het best zijn dat de leerplicht verlaagd wordt. Zodanig dat het voor ouders ook duidelijk is dat er geen onderscheid is, het is voor alle kinderen even belangrijk.

Maar wie A zegt, moet ook B zeggen. En dat betekent dat we de financiering van dat kleuteronderwijs ook gelijk moeten trekken. Scholen krijgen minder geld voor het organiseren van goed onderwijs voor kleuters. Omdat de redenering ook vroeger was dat niet elke kleuter elke dag naar school gaat. Dat is ondertussen wel wat veranderd. We vinden kleuterparticipatie allemaal belangrijk. Het zou logisch zijn dat de wetgeving, en ook de financiering hierin gaat volgen.

Ik ga over naar uw tweede vraag, het spijbelactieplan. Daar is het belangrijk dat scholen zo vroeg mogelijk ingrijpen. Eigenlijk is het niet opdagen van een leerling een echt knipperlicht. Vaak teken aan de wand dat er iets aan de hand is: problemen thuis, problemen met de leerling, niet meer gemotiveerd naar school gaan. Het is belangrijk in te grijpen en dat het probleem samen met de leerling kan opgelost worden.

Het is een goede zaak dat de minister ervoor gezorgd heeft dat het CLB nu vroeger betrokken kan worden. Maar ook daar: wie A zegt, moet B zeggen. De CLB’s zijn overbevraagd op dit moment, in het bijzonder in de grote steden. Er is een heel mooie reportage daarover geweest in de stad Antwerpen, waaruit duidelijk werd met wat voor ernstige problematieken zij mee kampen. De financiering van de CLB’s blijft al jarenlang gelijk, terwijl het aantal leerlingen gestegen is. Het is goed dat de CLB’s vroeger gaan ingezet worden. Maar ze gaan meer werk krijgen. De vraag is: Wie gaat het doen? En dus daarom: het zou mooi zijn dat ook de financiering voor de CLB’s volgen, en dat de CLB’s zeker in de grote steden beter omkaderd worden.

En wat betreft het brede plan ‘vroegtijdig schoolverlaten’: we zijn nu volop in overleg. We hebben gewacht tot het Vlaams plan er was. We zijn nu met de scholen in gesprek. En dit najaar nog zullen we naar de commissie trekken. Maar ook daar is het wat wachten op budget van de Vlaamse regering. Wie weet heeft de septemberverklaring op dat vlak goed nieuws gebracht.

Elke Decruynaere
Schepen van Onderwijs, Opvoeding en Jeugd

Voor de werking van deze website en om uw surfervaring te verbeteren worden cookies gebruikt. Meer info.