De alarmerende staat van het Groot Vleeshuis

20 november 2013

Zoals u allen weet, promoot en ondersteunt de Economische Raad voor Oost-Vlaanderen de Oost- Vlaamse streekproducten. Dat is van economisch belang voor onze provincie. Deze ondersteuning uit zich onder meer in het Promotiecentrum voor Oost-Vlaamse Streekproducten, dat sinds 2002 gehuisvest is in het Groot Vleeshuis.

In dit promotiecentrum worden 45 Oost-Vlaamse producenten van streekproducten ondergebracht. Het is een mooi voorbeeld van een publiek private samenwerking, met een grote impact op de dynamiek en de herkenbaarheid van de Oost-Vlaamse streekproducten. EROV huurt het historische gebouw via een handelsovereenkomst met de stad Gent. De staat van het historische gebouw vertoont echter duidelijke gebreken. Deze handelsovereenkomst voorziet dat grote herstellingswerken en onderhoudswerken ten laste komen van de stad. Sinds op 13 januari 2004 een staat van bevinding werd opgemaakt, kon de EROV een achteruitgang van de toestand vaststellen, wat systematisch aan de stad Gent werd overgemaakt. In april werd een bouwkundig inspectierapport van de Monumentenwacht Oost-Vlaanderen overgemaakt aan de stad. Daaruit bleek opnieuw de alarmerende staat van het historische gebouw. Het dak lekt op veel plaatsen, met fundamentele gevolgen voor de monumentale eiken constructie. Het insijpelen van water heeft onder meer zwamaantasting tot gevolg. Hierbij zijn de aansluitingen van de dakkapellen de voornaamste oorzaak van de ernstige lekkage in de kapconstructie. De aftakeling is zover gevorderd dat alleen een structureel herstel de dakkapellen waterdicht kan maken. In juni vond een overlegvergadering plaats tussen de stad Gent, EROV, Monumentenwacht Oost-Vlaanderen en onze dienst Patrimonium. In navolging van dit overleg werd de stand van zaken in het restauratiedossier via een officieel schrijven opgevraagd. Voor zover ik weet, wacht men nog steeds op een antwoord. Meneer de gedeputeerde, hoe gaat de provincie met dit probleem om? Kan de deputatie bij de stad Gent aandringen op een efficiënte en snelle aanpak? Kan vanuit de provincie een schrijven gericht worden aan de bevoegde minister waarin de alarmerende toestand van het gebouw wordt toegelicht?

Martine Verhoeve
Provincieraadslid


Antwoord:

De heer gedeputeerde Dauwe Meneer de voorzitter, achtbare collega’s, beste vraagstellers, ik zal proberen de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik begin met de eerste vraag. Dat is de vraag van mevrouw Martine Verhoeve over de slechte en onrustwekkende toestand van het Groot Vleeshuis, waarover zij terecht haar bezorgdheid uit. U weet dat de Economische Raad van Oost- Vlaanderen, een vzw, sinds 1990 de Oost-Vlaamse streekproducten ondersteunt. Wij huren daarvoor een historisch gebouw, gekend als het Groot Vleeshuis, in het hart van Gent. Dat gebeurt sinds 2003. Onze provincie heeft in dat gebouw een moderne glazen constructie opgericht, die het mogelijk maakt om het promotiecentrum daar te huisvesten. De verhuur van dit historische gebouw is geregeld in een contract dat vernieuwd werd op 1 september 2012 en dat nu loopt tot 31 augustus 2021, met driejaarlijkse opzegmogelijkheden voor beide partijen. We betalen daarvoor aan de stad een bedrag van exact 3798 euro per maand. De staat van het gebouw vertoont inderdaad duidelijke gebreken. Sinds 13 januari 2004 wordt een staat van bevinding opgemaakt. We stellen een gestage achteruitgang vast. Als huurder hebben we ons gehouden aan de meldingsplicht, zowel mondeling als schriftelijk, per aangetekend schrijven. Wat was het belangrijkste dat moest gebeuren? In de eerste plaats moesten de buitengevels worden gereinigd. De groenbegroeiing die schimmelvorming tot gevolg heeft, moest worden verwijderd. Daar heeft de stad gevolg aan gegeven. In de tweede plaats gaat het om noodzakelijk en dringend herstellingswerk aan het dak. De Monumentenwacht van onze provincie heeft een bouwkundig inspectierapport vastgesteld. Het dak lekt op veel plaatsen. Daardoor is sprake van beschadiging van het hout, zwamvorming enzovoort. Een structureel herstel van de dakkapellen om die waterdicht te maken, is absoluut nodig. Wat is de stand van zaken? Het deel dat wij beheren – de glazen kooi, als ik dat woord mag gebruiken – zullen wij als een goede huisvader herstellen. We gaan dat geheel ook zo veel mogelijk afdichten om de schade te beperken. Tegen de lekken in het historische dak kunnen wij geen afdoende maatregelen nemen. De voorlopige dichtingswerken die de stad tot op heden gedaan heeft, missen hun effect. Verder oplapwerk is onverdedigbaar. De noodzaak tot restauratie dringt zich op. Daarvoor moet de stad een dossier opmaken. Dan is er ook een mogelijkheid om er subsidie voor te krijgen. De totale kosten van de restauratie worden vandaag door de stad geraamd op 4,5 miljoen euro. 80% daarvan is subsidieerbaar via Vlaamse subsidies, want het gaat om een belangrijk historisch monument. De eerste gedeputeerde heeft gisteren trouwens uitgelegd dat wij die subsidies niet kunnen krijgen, zelfs niet als het gebouw ons eigendom zou zijn of worden. Mijns inziens is het dan ook absoluut noodzakelijk dat de stad het initiatief neemt. Wat zijn de maatregelen op de korte termijn? U weet dat in het gebouw een horecazaak wordt uitgebaat. Wel, er is een overlegvergadering gehouden met de betrokken schepen, mevrouw De Regge. Zij staat zeer positief tegenover de samenwerking met de provincie en met de EROV. We gaan voorlopig de gaten in het dak dichten met zwarte EPDM-stroken, om een verdere achteruitgang te voorkomen. EROV zal de werken laten uitvoeren. Dat zal gecompenseerd worden door een tijdelijke vrijstelling van huur. Voor alle duidelijkheid: het gaat dus niet om een volledige restauratie van het dak, maar om het voorlopig dichten van de bestaande gaten. We gaan een voorstel doen om bij het maken van de handelshuurovereenkomst vast te leggen dat wij dat doen onder alle voorbehoud van recht en zonder enige vorm van aansprakelijkheid. Deze werken – alleen deze werken dus – worden door de stad geraamd op 14.800 euro, exclusief btw. Dat zou dus overeenkomen met een equivalent van ongeveer 11 maanden huur. Onze dienst Patrimonium geeft aan dat de kostprijs en de bijbehorende vrijstelling van huur allicht wel hoger zal liggen. Tot besluit wil ik dit zeggen: de EROV en wij, de huurder, dringen bij de stad als eigenaar aan op een spoedige restauratie van het gebouw. De stad is bezig een dossier te maken. Ondertussen nemen wij de dringende en voorlopige maatregelen die een verdere achteruitgang van het gebouw moeten tegengaan. De modaliteiten van deze werken worden momenteel onderzocht. Excuseer mij, maar ik besef dat het lapmiddelen zijn. Vandaar dat ik eventjes moest lachen. Maar goed, het is het enige wat wij voorlopig kunnen doen om een verdere teloorgang van het Patrimonium tegen te gaan.

Voor de werking van deze website en om uw surfervaring te verbeteren worden cookies gebruikt. Meer info.