Samenwerking met de Chinese provincie Hebei

20 november 2013

De provincie werkt al meer dan 20 jaar samen met de Chinese provincie Hebei  en sinds enige tijd ook met Vietnam. Blijft dit een taak van de provincie, gelet op de interne staatshervorming? Boeken wij met deze missies concrete resultaten?

De provincie werkt al meer dan twintig jaar samen met de Chinese provincie Hebei en is ook reeds geruime tijd actief in Vietnam. In het kader van die samenwerking worden geregeld missies georganiseerd en wordt ook deelgenomen aan prinselijke missies of missies in samenwerking met het FIT. Samen met een aantal andere collega’s hebben wij toch een aantal kritische bedenkingen en concrete vragen in verband met de participatie van de provincie Oost-Vlaanderen aan deze missies. Is dit, gelet op de interne staatshervorming, een taak die we als provincie moeten blijven uitvoeren? Hoe positioneren wij ons daarbij ten opzichte van andere publieke of semipublieke actoren? Hebben deze missies wel echt een toegevoegde waarde voor de bedrijven? Met andere woorden: boeken wij met de deelname aan of organisatie van deze missies concrete resultaten? Wat is de concrete return? Hoe worden de missies geëvalueerd? Zijn er intenties om de scoop op deze missies qua bestemmingen uit te breiden? Dank u wel.


Antwoord:

Dank u, voorzitter. Collega’s, als u me toestaat, zal ik een gebundeld antwoord geven op de verschillende vragen over de internationale missies. Ik zal proberen structureel te antwoorden op de verschillende componenten die zijn aangebracht. Vooreerst moet u weten dat onze internationale samenwerking uiteraard een economische finaliteit heet. Het was en is de bedoeling om economische opportuniteit te vinden voor onze bedrijven en kennisinstellingen en om die kennisinstellingen bovendien te ondersteunen in hun ambitie om internationale contacten uit te bouwen. Daarnaast is de promotie van onze eigen provincie als investeringsregio voor buitenlandse bedrijven die een internationale expansie zoeken een belangrijk aandachtspunt. Het is een opdracht die we gekregen hebben van Vlaanderen, in het kader van het acquisitieplatform. Deze samenwerking gaat uit van een duidelijke nichestrategie. Daarbij ligt de focus op enkele zorgvuldig geselecteerde speersectoren, waaronder automotive, logistiek en milieu. Mevrouw Dooms, ik ga reeds onmiddellijk in op uw vraag en uw suggestie. Milieu is volgens mij inderdaad een van de sectoren waarin we over een knowhow beschikken die ons een voorsprong geeft op vele delen in de wereld. Die knowhow kunnen we ter beschikking stellen. Wat dat betreft, kunnen we onze bedrijven en eventueel onze semioverheidsinstellingen lanceren en tot samenwerking laten komen in het buitenland. Andere sectoren zijn: biotechnologie (uiteraard), landbouw, veeteelt, aquacultuur, havensamenwerking, kennisuitwisseling en wetenschappelijk onderzoek. U hoort het: het zijn allemaal sectoren die ook in het economische-speerpuntenbeleid van de provincie voorkomen. Onze ambitie is dat we als provinciebestuur, vanuit een sterk netwerk van bedrijven, instellingen en instituties, een trekkende en coördinerende rol gaan spelen voor de uitbouw van de samenwerking met een reeks nauwkeurig geselecteerde landen. De keuze om samen te werken met bijvoorbeeld China en Vietnam had te maken met thematische aanknopingspunten, met de bovengenoemde sectoren en met de combinatie van vraag en aanbod. Collega’s, vandaag beschikken we in die landen, dankzij onze jarenlang volgehouden inspanning, nog steeds over contacten en over een netwerk die het verschil kunnen maken. Op dit punt moet ik u zeggen, mevrouw Dooms, dat het zomaar veranderen van land een beetje gelijk is aan het veranderen van partner. Misschien is het in sommige omgevingen gebruikelijker om van partner te veranderen dan in andere, maar enige trouw in deze relaties heeft toch ook zijn voordelen. Het heeft zijn voordelen als er enige stabiliteit is op dit gebied en als ge de mensen ter plekke kent. Dat neemt niet weg dat we inderdaad onze blik moeten richten in functie van onze belangen. Daarvoor ben ik naar Daqing geweest. U kent blijkbaar de kaart en u probeert Chinezen de kaart van Vlaanderen te leren. Daqing ligt inderdaad helemaal in het noorden. Waarom ben ik daar geweest? De stad Daqing, collega;’s, is voor 30% aandeelhouder in de Volvogroep, samen met Geely. De stad, hè? Dus we gaan inderdaad naar andere plekken, als dat nodig is en als het relevant is. Is het relevant? Ja, het is relevant, want ook China is een land dat een provinciale structuur kent, zowel op het vlak van het bestuur als op het vlak van de partij. En als ge daar komt met een handelsdelegatie, begeleid door iemand met een politiek ambt, zoals ik er één heb dankzij jullie verkiezing, dan wordt ge daar op het hoogste niveau ontvangen. Ik heb in Daqing gelukkig kunnen spreken met de provinciale partijsecretaris, de nummer uno van gans de provincie Heilongjiang, met de burgemeester en met de deputé die specifiek bevoegd is voor die participatie. En voor Volvo is het natuurlijk zeer belangrijk dat wij on speaking terms zijn, dat wij eventueel een diepe relatie uitbouwen met een bestuur dat voor 30% aandeelhouder is in de Geely-investering in Volvo. Ik denk dus inderdaad dat wij dankzij onze jarenlang volgehouden inspanning kunnen zeggen dat we over een netwerk beschikken dat het verschil kan maken. Graag geef ik u ook mee dat de organisatie van of de deelname aan missies één facet is van ons beleid inzake buitenlandse samenwerking. Even belangrijk – en inderdaad goedkoper – zijn het begeleiden van buitenlandse delegaties, ambassadeurs en handelsorganisaties die in voorbereiding of in opvolging van dossiers of samenwerkingsafspraken Oost-Vlaanderen aandoen. Ook de werking van het acquisitieplatform, waar ik in mijn antwoord op een andere vraag al een toelichting op gaf, dient in het geheel van het economische internationaliseringsbeleid te worden gekaderd. Men heeft ook de vraag gesteld of deze provinciale missies zinvol blijven naast wat op Vlaams en federaal niveau wordt gedaan. Collega’s, de samenwerking in het Oost-Vlaamse beleid ten aanzien van het buitenland is subsidiair en complementair aan de federale en Vlaamse buitenlandse relaties. Zij concentreert zich bijvoorbeeld in het geval van de samenwerking met China op de samenwerking van provincie tot provincie. Met andere woorden: we doen aan geografische nichepolitiek. Het feit dat we in China al lang een relatie hebben, zoals ik daarnet heb uitgelegd, geeft ons bepaalde entrees. Ik ben uiteraard niet te beroerd om na te gaan of er andere opportuniteiten zijn in functie van biografische nichepolitiek. Het provinciebestuur werkt essentieel in partnerschap. Er is een permanent overleg met de diplomatieke vertegenwoordigingen en met de Vlaamse instanties. Ook in de acties wordt synergie nagestreefd. De geleverde inspanningen en de behaalde resultaten hebben het provinciebestuur een vaste positie opgeleverd in de relaties met China en Vietnam. Het provinciebestuur wordt dan ook meestal nauw betrokken bij de voorbereiding van grote missies van de federale of de Vlaamse overheid. Daarnaast worden initiatieven op dit gebied sterk geapprecieerd door het Oost-Vlaamse bedrijfsleven, door Oost-Vlaamse kennisinstellingen en door buitenlandse ambassades. Collega’s, bevraag u bij Volvo of onze acties geapprecieerd worden. Bevraag u bij het havenbedrijf of onze acties geapprecieerd worden. Bevraag het u bij de universiteit. U zult steeds hetzelfde antwoord krijgen. In de vierde plaats: de aanwezigheid van politieke beleidsverantwoordelijken bij de missies en ontvangsten vormt nog steeds een bepalend element in het uitbouwen van relaties met buitenlandse partners. Het is een ervaring die wij delen met alle organisaties die op dit vlak actief zijn. In landen waar men vertrouwd is met intermediaire niveaus als provincies, werpt een samenwerking van provinciebestuur tot provinciebestuur nog steeds haar vruchten af, ook al zijn de verschillen in schaal soms enorm. Ik verwijs hierbij naar onze samenwerking met de Chinese provincie Hebei. Daarbij maak ik twee bedenkingen: 1. Ik heb u al aangegeven dat politieke aanwezigheid belangrijk is om ook in landen als Vietnam en China gesprekspartners op niveau te krijgen. Op het ogenblik dat wij onze samenwerking met Hebei aangingen, was de provincie Hebei reeds even groot als Frankrijk, had ze reeds meer dan 60 miljoen inwoners en waren wij maar de provincie Oost- Vlaanderen met nog iets minder inwoners dan nu. Wel, onze bevolkingsgroei is niet substantieel groter geworden. We hebben anderhalf miljoen inwoners. Wat wel veranderd is, collega’s, dat is het bruto provinciaal product, als ik het zo mag uitdrukken. Op het ogenblik dat wij dat partnerschap aangingen, was het bruto provinciaal product van de provincie Oost-Vlaanderen ongeveer gelijk aan dat van de provincie Hebei. Het was eigenlijk nog groter. Ondertussen zijn ze in Hebei op economisch gebied natuurlijk wel vooruitgegaan. Maar het partnerschap houdt nog altijd stand. Men is daar ook nog altijd vragende partij om een aantal zaken die wij hier hebben en die wij kunnen aanleveren, van ons aangeleverd te krijgen. Dat neemt niet weg dat ik mezelf ook bezonnen heb op de vraag of het niet een opdracht zou kunnen zijn om de samenwerking met China of de Chinese provincies op het niveau van de Vlaams-Nederlandse Delta te tillen. Antwerpen, Vlaams-Brabant, ja, alle andere Belgische provincies en ook een aantal Nederlandse hebben eveneens hun relaties in China. Maar ook zij worden economisch gezien stilletjes aan te klein om dat aan te kunnen. In de Vlaams-Nederlandse Delta zit je met een hele groep provincies en ook met een hele groep havens. Je zit daar met een economisch conglomeraat dat de matching kan aangaan – ik zal niet zeggen met gans China, maar dan toch minstens met een aantal Chinese provincies. Dat is een bedenking die ik mij gemaakt heb. Het is een gegeven dat ik zal inbrengen in de Vlaams-Nederlandse Delta en in een aantal internationale samenwerkingsorganen. Aan de andere kant zal dat gegeven mogelijk ook een aantal problemen opleveren, want hoe meer je probeert samen te werken, des te meer kan er sprake zijn van tegenstrijdige belangen. Je ziet op ons kleine Vlaamse grondgebied al dat de concullega ’s van de verschillende havens niet altijd even collegiaal met elkaar omgaan. Maar dit is inderdaad een bedenking die ik heb: moeten we met het oog op de schaalgrootte niet zelf het initiatief nemen om ons soortelijk gewicht te gaan optrekken door de samenwerking in een ruimer verband te plaatsen? Het verschil tussen de provinciale missies en een grote prinselijke missie is dat op die laatste zeer veel bedrijven rondlopen. Ik heb er één meegemaakt om het zelf te kunnen zien en ervaren. Je kunt veel zaken op papier lezen, maar als je het zelf meemaakt, voel je het altijd nog het beste aan, denk ik. Je wordt dan verdrongen door de Belgacoms en de Suèzen van deze wereld, kortom door de grote bedrijven. Als het erop aankomt, zijn het de grote bedrijven die in zo’n prinselijke missie de meeste aandacht krijgen. De kleinere bedrijven hebben dan niet de mogelijkheid om maatwerk te krijgen, om flexibel gemanaged te worden en om snel in te spelen op problemen of opportuniteiten. Wat dat betreft, gaat het in de provinciale context misschien beter. Als provinciale autoriteit kunnen wij ook vlug inspelen op opportuniteiten. Ik heb u zojuist verteld over het blitzbezoek dat ik heb gebracht aan Daqing. Ik bracht dat bezoek op basis van bepaalde informatie die we hadden. We hebben zeer snel op die informatie ingespeeld. Daardoor hebben we effectief de mogelijkheid gehad om op dat ogenblik in Daqing de juiste mensen te ontmoeten. Collega’s, voor een uitvoerige duiding hiervan verwijs ik naar het verslag van deze missie. Ik zal de verslagen van alle buitenlandse missies, inclusief het verslag van deze missie naar Daqing, systematisch aan de commissieverslagen laten toevoegen. Op deze wijze kan ik meteen ook de evaluatie van deze werkbezoeken met u delen en de concrete resultaten van elke missie aan u voorstellen en met u doornemen. Die resultaten van de missies kunnen worden zichtbaar gemaakt in de afgesloten overeenkomsten, de uitvoering van de projecten, de realisatie van joint ventures en de realisatie van een investering. Alleen op universitair niveau hebben we sinds 2010 al meer dan 12 MoU’s afgesloten. De provincie organiseert missies vanuit een aanbodfilosofie, maar speelt ook in op vragen om facilitair deel te nemen aan missies waarin andere Oost- Vlaamse actoren trekker of belanghebbend zijn: havens, kennisinstellingen en sectororganisaties. De recente deelname aan de missie naar Sint Petersburg, samen met delegaties van de haven van Gent en UGent, is daar een concreet voorbeeld van. Ik ben van plan nog sterker de nadruk te leggen op die synergie met andere actoren. Als de haven bijvoorbeeld belangen heeft in andere landen dan China en Vietnam, moeten we daar volgens mij gevolg aan geven en er effectief op inspelen. Waar we een meerwaarde kunnen hebben voor een van onze belangrijke economische pijlers, moeten we ons beschikbaar stellen om die meerwaarde daar effectief te gaan bieden. De samenstelling en de kostprijs van missies hangen natuurlijk af van de inhoud en van het programma dat ter plaatse wordt uitgewerkt. Een Oost- Vlaamse economisch-wetenschappelijke missie aan diverse steden met heel veel bedrijven en instellingen, waarbij het provinciebestuur de initiatiefnemer en de trekker is, heeft natuurlijk een speciale Oost-Vlaamse samenstelling (van echt Oost-Vlaamse bedrijven) en uiteraard ook een speciaal prijskaartje. Ook het land van bestemming is uiteraard een belangrijke factor. De samenstelling en het prijskaartje zullen anders zijn dan als ge gewoon uw programmaatje hangt aan een missie die georganiseerd wordt door een andere actor. Ik denk aan de prinselijke missies en dergelijke meer. Collega, ik ga u twee concrete voorbeelden geven. Ik heb reeds gerefereerd aan de recente missie naar Sint Petersburg van 9 tot 11 oktober. De deelname van de provincie aan die missie had als doel de banden tussen de overheidsinstanties van de stad Sint Petersburg en de regio Leningrad aan te halen. Daarbij ging het om het faciliteren van de contacten tussen enerzijds de haven en de Universiteit Gent en anderzijds de Russische overheidsinstanties die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het academische landschap en het havenlandschap van Rusland. Naast de gouverneur nam één ambtenaar deel aan deze missie. De totale kostprijs was 1615 euro aan reis- en verblijfskosten voor twee personen. Binnen het kader van de Oost-Vlaamse samenwerking met China werd van 10 tot 14 september een missie naar China georganiseerd. Het programma omvatte een deelname aan een Vlaamse missie naar China, naar Chung King en Chengdu. In Chengdu is momenteel al een Volvo-plant in actie. Dat was uiteraard de reden waarom we daar aanwezig waren. Dit bezoek werd gevolgd door een tweedaags Oost-Vlaamse werkbezoek aan Daqing in de provincie Heilongjian, in het kader van de bestaande samenwerking rond onder meer automotive, waaraan ik reeds heb gerefereerd. Naast mij nam één ambtenaar deel aan deze missie. De reis- en verblijfskosten (intercontinentale vlucht, binnenlandse vluchten, hotelkosten ter plaatse, kleine onkosten ter plaatse etc.) en de inschrijvingskosten voor de deelname aan de Oost-Vlaamse afvaardiging van de Vlaamse missie bedroegen in totaal 11.650 euro. Dat zijn dus twee totaal uiteenlopende bedragen. Die verschillen worden ook veroorzaakt door de plaats waar je bent en door de wijze waarop een en ander georganiseerd wordt. Maar zoals gezegd, zullen wij van elke missie een verslag in de commissie neerleggen. Tot slot wat de mensenrechten betreft: de deputatie volgt in haar beleid ten aanzien van China de beleidslijn die wordt uitgezet door het federale en het Europese niveau. Ik weet dat men op die niveaus op een correcte manier bezig is. Het is een zuiver en correct legalistisch standpunt dat het niet aan het provinciebestuur toekomt om officiële of politieke standpunten in te nemen inzake internationale materies. Dat is onze bevoegdheid niet, collega’s. Het is inderdaad niet aan de deputatie van de provincie Oost- Vlaanderen om een welbepaalde houding aan te nemen ten opzichte van de interne politieke structuur in derde landen. Het komt haar ook niet toe om aan de legitimiteit van een internationaal erkende buitenlandse regering te twijfelen. Ik ga dit legalistische standpunt dan ook ten volle blijven respecteren, uit respect voor onze instellingen. Tot daar, voorzitter, wat de internationale missies betreft. Dan kom ik bij de vraag van collega Van Duyse over de Vlaams-Nederlandse Delta. De Vlaams-Nederlandse Delta is een grensoverschrijdend netwerk. Daarin werken de provincies Antwerpen, Noord-Brabant, Oost-Vlaanderen, West- Vlaanderen, Zeeland en Zuid-Holland vanuit een gemeenschappelijk belang aan een duurzame ontwikkeling en versterking van het mondiale concurrentievermogen van de Deltaregio, dus van al die havens en die provincies samen. Deze partners brengen elk 20.000 euro op jaarbasis in voor de administratie en voor de kosten die verbonden zijn aan de jaarlijkse conferentie en de jaarlijkse opmaak van de Deltamonitor. Vanuit de doelstelling van het netwerk worden kennisuitwisseling en functionele samenwerking tussen relevante partners gefaciliteerd. Dat is in eerste instantie gericht op het verbeteren van het economische en logistieke krachtenveld in de Vlaams-Nederlandse Delta. De provincies faciliteren dus de samenwerking tussen de overheidsinstanties, de kennisinstellingen en het bedrijfsleven – de Triple Helix – in dit grensgebied. Deze rol is weggelegd voor de provincie als intermediair bestuur. Het gaat om een rol die niet door de private markt kan opgenomen worden. Ik zie niet goed hoe een bedrijf die functie kan gaan opnemen. De baten bestaan uit betere voorwaarden voor de economische ontwikkelingen in de regio, waarmee de overheid kansen schept voor private economische actoren. Uit de activiteiten van het netwerk vloeien geen directe inkomsten voort. Sinds 2012 wordt thematisch gewerkt, onder andere rond biogebaseerde economie, het transnationale vervoersnetwerk en pijp- en buisleidingen. Er is een jaarlijkse conferentie en er is een zeehavenoverleg dat tweemaal per jaar plaatsvindt. Dit is het enige verband waarbinnen die havens elkaar treffen. Het betreft de havens van Antwerpen, Gent, Moerdijk, Rotterdam, Zeebrugge en Zeeland Seaports. Alle belangrijke havens kunnen elkaar daar dus twee keer per jaar treffen om een aantal afspraken te maken. U weet ook dat op initiatief van minister Crevits tussen de Vlaamse havens een gentlemen’s agreement, een soort gedragslijn is afgesproken om in het buitenland op zijn minst elkaar niet af te vallen, neutraal te blijven en elkaar te vermelden. Dat is volgens mij de kracht van de Vlaams-Nederlandse Delta. Vandaar mijn idee om in dat kader misschien ook meer landen van de grootte van China te gaan benaderen. Als je de industriële kracht van de Vlaams-Nederlandse Delta samentelt, heb je een zeer zwaar economisch potentieel. Ik denk dus dat we in die richting wel nuttige activiteiten kunnen verrichten met de Vlaams-Nederlandse Delta. Tot daar, voorzitter, de beantwoording van de verschillende vragen.

Voor de werking van deze website en om uw surfervaring te verbeteren worden cookies gebruikt. Meer info.